Wie heeft mijn kaas gepikt?

Wie heeft mijn kaas gepikt?

Samenvatting Johnson & Blanchard

“Wie heeft mijn kaas gepikt?” is een grappig boekje over omgaan met veranderingen. Het gaat over 2 muisjes (Snel & Snuffel) en 2 mini-mensjes (Peins en Pieker) die leven in een doolhof en elke dag op zoek gaan naar kaas. Kaas is in dit boekje een metafoor voor wat we van het leven verwachten (baan, geld, groot huis, vrijheid, gezondheid, erkenning etc.). Wanneer we dat hebben raken we eraan gehecht. Wanneer we het kwijt raken kan dat traumatische gevolgen hebben.

Snel & Snuffel, de muizen, rennen elke dag het doolhof in, op zoek naar kaas. Dat doen ze middels de “trial and error” methode. Peins & Pieker, de mini-mensen, gebruikten hun hersens en leerden van hun ervaringen in het doolhof. Maar uiteindelijk vonden ze alle vier, op een dag, op hetzelfde moment een grote berg van hun favoriete kaas bij Kaasstation K. Lekker eten! En aan het eind van de dag weer naar huis om de dag erna in sportkleren weer snel naar Kaasstation K te gaan. Ze hadden geen idee waar de Kaas vandaan kwam, of wie die er neerlegde. Ze gingen er gewoon vanuit dat die er zou zijn. Peins dacht zelfs dat ze hun leven lang met die Kaas toe konden.

Na een tijdje gingen Peins & Pieker de Kaas als hun Kaas beschouwen en gingen naar de omgeving van Kaasstation K verhuizen. De muizen Snel & Snuffel niet. Die gingen aan het eind van elke dag weer naar huis en kwamen ‘s ochtends terug. En elke dag werd de hoeveelheid kaas een beetje minder. Op den duur sloeg de tevredenheid en zelfvoldaanheid bij Peins & Pieker om in arrogantie. Ze werden zo zeker van hun zaak dat ze niet meer opletten om hun omgeving. Maar toen gebeurde het. Op een ochtend kwamen Snel & Snuffel bij het Kaasstation en zagen dat de kaas op was. Zij waren niet verbaasd, keken elkaar aan, deden de renschoenen aan en renden andere gangen in het doolhof in, op zoek naar nieuwe kaas.

Later op de dag kwamen Peins & Pieker bij Kaasstation K. Ze hadden niet gelet op de kleine veranderingen die elke dag zichtbaar waren, dus gingen ze ervan uit dat hun kaas er nog zou zijn. Wat ze aantroffen kwam als een schok. ‘Wie heeft mijn kaas gepikt?’ huilde Peins. ‘Het is niet eerlijk.’ Pieker stond alleen maar vol ongeloof zijn hoofd te schudden. Ze gingen in alle hoeken en gaten van Kaasstation K kijken of er toch nog niet ergens nog Kaas lag. Vloekend en tierend moesten ze constateren dat er niets meer was. Teleurgesteld gingen ze ‘s avonds naar huis. En de volgende dag gingen ze weer naar ‘t Kaasstation, in de hoop dat ze er nu wel kaas zouden vinden. Niets. ‘Wie heeft ons dit aangedaan?’ vroeg Pieker. ‘We verdienen dit niet’ zei Peins. ‘We zullen het tot de bodem uitzoeken.’

Snel & Snuffel hadden ondertussen elders in het doolhof alweer een nieuwe berg kaas gevonden. Nog lekkerder en groter. Intussen zaten Peins & Pieker nog in Kaasstation K en spraken over de toestand. Peins wil eigenlijk wel eens elders in het doolhof gaan kijken maar Pieker houdt ‘m tegen. ‘Het bevalt ons hier toch goed? We zijn aan deze plek gehecht. En bovendien is de rest van het doolhof gevaarlijk en je weet niet wat je zult vinden’. Ze blijven nog dagen bij Kaasstation K terwijl Snel & Snuffel smikkelen van de nieuw gevonden kaas.

Peins & Pieker blijven maar zoeken op Kaasstation K maar eten dagen lang niets. Peins trekt na enkele dagen zijn sportschoenen en trainingspak weer aan om het doolhof door te gaan rennen. Pieker: ‘Maar als er nu geen kaas is?’ ‘Wat als je niets vindt?’ ‘Wat als je verdwaalt?’ ‘Wat als je de kaas niet vindt?’

Peins rent dagenlang door het doolhof en vindt hier en daar kleine stukjes kaas. Hij kan daardoor weer een beetje aansterken, maar kan niets terugbrengen naar Pieker, die bij Kaasstation K is achtergebleven. Ondertussen heeft Peins de hele geschiedenis overdacht en realiseerde hij dat Kaas helemaal niet van de ene op de andere dag verdwenen was. De hoeveelheid was langzaam afgenomen, en de laatste stukjes waren erg oud en niet zo lekker. Had hij er voor opengestaan dan had hij het kunnen zien aankomen. Zonder angst verkende Peins verder het doolhof en vond kleine hoeveelheden kaas. Genoeg om te delen met Pieker.

Teruggekomen bij Kaasstation K vertelt Peins over zijn avonturen en verkenningen in het doolhof. Ook wil hij wat kaas delen met Pieker. Die waardeert het gebaar maar ‘denkt niet te houden van nieuwe kaas’. Hij wil zijn eigen kaas terug. Peins schudt zijn hoofd.

Peins houdt vol en rent elke dag weer door het doolhof, op zoek naar nieuwe kaas. En dan op een dag gebeurt het. Hij stuit op een grote berg kaas. Meer kaas en lekkere kaas. En Snel & Snuffel waren daar ook al! Peins gaat smikkelen en smullen. Leve de verandering! Maar zou Pieker ooit nog de moed opvatten en ook door het doolhof gaan rennen op zoek naar deze berg kaas? Peins overdenkt zijn lessen:

  • Als je Kaas hebt, ben je blij
  • Hoe belangrijker de Kaas voor jou is, des te meer raak je eraan gehecht
  • Wie niet verandert, sterft uit
  • Wat zou je doen als je niet bang was?
  • Houd je Kaas in de gaten, zodat je het merkt als hij oud wordt
  • Een nieuwe weg inslaan helpt je bij het vinden van nieuwe kaas
  • Als je de angst loslaat, zul je bevrijd zijn
  • Als ik me de nieuwe Kaas voorstel, komt die dichterbij, al heb ik hem nog niet gevonden
  • Hoe snelle je afstand neemt van de oude Kaas, des te sneller vind je nieuwe
  • Het is veiliger om op zoek te gaan, dan zonder Kaas te blijven zitten
  • Met oude opvattingen vind je geen nieuwe Kaas
  • Als je ziet, dat je goede nieuwe Kaas kunt vinden, verander je van richting
  • Als je oog hebt voor de eerste kleine veranderingen, kun je de grote die nog komen beter accepteren
  • Verander zelf. Als de Kaas verdwijnt, ga dan mee
  • Verandering is leuk! Verwelkom het avontuur

Deze fabel is leuk om te lezen en herkenbaar! Hoe je soms door een rouwproces heen moet gaan bij bepaalde veranderingen, en als je in de rouwcurve “blijft hangen” wordt het er niet beter op. Hetgeen bij Pieker gebeurde. En natuurlijk is het angstige gevoel bij verandering herkenbaar vanwege het onbekende. Weerstand! Neil Webers legt in het boek Performance Behaviour op net zo’n mooie wijze als Johnson & Blanchard uit dat we weerstand tegen veranderen kunnen hebben omdat het onze veiligheid in gevaar brengt. We ontwikkelen weerstand tegen verandering, omdat we veiligheid hebben opgebouwd in de situatie zoals die nu is (veel KAAS), en die situatie willen we beschermen. We zullen pas nieuwe paden (in het doolhof) bewandelen als we weten dat we ergens zullen uitkomen waar we iets aan hebben. Eerder slaan we dat pad niet in. Pas als we ervaren wat de opbrengst is voor ons zelf, zijn we bereid om de oude veiligheid op te geven, want de nieuwe veiligheid levert ons iets beters of anders op.

download samenvatting als pdf

 

 

Gert Jan Schop

70% van de verandertrajecten mislukt. Als optimist denk ik dan: dus 30% slaagt. In mijn werk ben ik continu op zoek naar die succesfactoren. Op praktijkcaseveranderen.nl heb ik één casus helemaal uitgewerkt. En verrijkt met interessante modellen, tools en artikelen. Lees, zoek, verdwaal, laat je inspireren!

Wat kan ik voor je betekenen?

Als adviseur, verandercoach, trainer of facilitator (etiket maakt mij niet uit) ondersteun en begeleid ik jou en/of je organisatie graag bij ontwikkel-en verandertrajecten. Bij de opzet, voorbereiding of implementatie. Contact? Stuur mij een mail: info@praktijkcaseveranderen.nl.